Meten wat we ontwerpen

Het ontwerpen van een natuurinclusieve wijk is één ding. Aantonen dat die wijk ook echt ecologisch functioneert, is iets anders. In Happy Days proberen we precies dat te doen. Niet door te vertrouwen op aannames of intenties, maar door te meten, te observeren en waar nodig onze eigen ontwerpkeuzes kritisch tegen het licht te houden. Samen met ERA Contour, Ecogroen en de bewoners zelf onderzoeken we of de ontwerpprincipes die we hebben toegepast ook daadwerkelijk leiden tot ecologische en sociale meerwaarde. Gedurende twee jaar verschijnt regelmatig een artikel over dit onderzoek op onze website. Met deze keer aandacht voor de verschillende habitats in de wijk.

Van ‘groen’ naar habitats

Een strak gemaaid grasveld of een border die bestaat uit één plantensoort: groen in de stad heeft vaak maar een beperkte waarde voor de biodiversiteit. In Happy Days hebben we bewust gekozen voor een andere benadering. Deze woonwijk is vanaf het begin af aan ontworpen als een plek waar mens en dier ongedwongen met elkaar samen kunnen leven. Het groen is hier dan ook niet slechts decor, maar bewust ontworpen als een samenhangend systeem van verschillende habitats.

Die benadering dwingt integraal ontwerpen. Want een habitat is geen los element, maar omvat de volledige leefomgeving met specifieke condities waarin soorten kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Een nestkast zonder voedsel of beschutting is geen habitat, maar slechts een geïsoleerde maatregel. De habitats die zijn gekozen voor Happy Days zijn geïnspireerd op de omgeving rondom Zoetermeer. Binnen de wijk onderscheiden we vier habitats:

  1. De boszoom, grote bomen en struwelen gebonden soorten
  2. De vijvers met oevers, met watergebonden soorten
  3. Het kruidenrijk grasland
  4. De gebouwen en privétuinen, met gebouwgebonden soorten

Maar het ontwerp van deze habitats is slechts de eerste stap. Uiteindelijk gaat het om hoe deze habitats zich ontwikkelen in de praktijk. En dat is precies wat we nu meten als onderdeel van het meerjarig onderzoeksproject. De meeste waarnemingen die nu binnenkomen zijn van de bewoners zelf. Zo zijn al meer dan 160 verschillende soorten waargenomen, voornamelijk planten (51 soorten) en vogels (36 soorten). We zien wel dat de waarnemingen in het gebied geclusterd zijn rondom enkele woningen. Dit komt waarschijnlijk niet doordat bepaalde habitats meer of minder soorten huisvesten, maar doordat de meeste waarnemingen door bewoners direct rond hun huis of in hun eigen tuin gedaan worden. We zijn daarom zelf ook naar het gebied gegaan om op zoveel mogelijk plekken waarnemingen te doen. Momenteel onderzoekt de ecoloog welke ambassadeurssoorten inmiddels in de wijk zijn gevestigd. Hun aanwezigheid zegt veel: ze verschijnen pas wanneer de onderliggende voedselketen en leefcondities in orde zijn.

Aan de hand van de waarnemingen kunnen we al wel zien dat niet alle habitats zich even snel ontwikkelen. Zo zijn sommige soorten direct te linken aan één specifiek habitat. Ook kan de afwezigheid van bepaalde indicatorsoorten meer informatie geven over de gezondheid van een habitat. Dit valt op per habitat:

1) Boszoom

De boszoom vormt de groene rand rondom Happy Days. De grote bestaande bomen zorgen hier direct voor beschutting, voedsel en schaduw. Tegelijkertijd zit hier ook een beperking: een groot deel van de bestaande bomen bestaat uit dezelfde soort, namelijk de Canadese populier. De nieuw aangeplante soorten moeten op termijn voor diversiteit zorgen, maar zijn nu nog te klein om echt verschil te maken. Pas wanneer deze bomen groter worden bedekken ze de bodem met een dikke laag van gevallen bladeren. Deze strooisellaag is een belangrijk leefgebied voor het bodemleven. Insecten, schimmels en kleine organismen vormen hier in de toekomst dan de basis van het voedselweb. Hoewel een aantal top-predatoren al gespot is, zoals de buizerd en torenvalk, ontbreken de waarnemingen van de specialistische soorten nog. Zo ook de ambassadeurssoort van dit gebied, de dwergvleermuis. Vermoedelijk zijn er momenteel nog te weinig nachtactieve insecten aanwezig om vleermuizen aan te trekken. Het kan natuurlijk ook dat de soorten nog niet zijn waargenomen door de bewoners doordat ze vooral ’s nachts actief zijn. Later dit jaar doet Ecogroen gerichte tellingen van vleermuizen en hopen we te kunnen schrijven dat ze gezien zijn.

Het voedselweb binnen de boszoom ontwikkelt zich langzaam, maar bevat op dit moment te weinig insecten voor de komst van vleermuizen. De ingekleurde dieren zijn al waargenomen.
2) Vijvers en oevers

De vijver werkt nu al als een duidelijke magneet in het landschap. De aanwezigheid van zeker 6 vogelsoorten zijn direct te koppelen aan de aanwezigheid van het water. Zo bevestigen o.a. de ijsvogel, knobbelzwaan, grote gele kwikstaart en waterhoen dat het water direct ecologische waarde toevoegt. Tegelijkertijd is het leven onder het wateroppervlak nog stil. Soorten die wijzen op een volwassen, gezond aquatisch ecosysteem zoals amfibieën en specialistische waterinsecten ontbreken nog. Dit heeft waarschijnlijk meerdere oorzaken. Zo is het water alleen gekoppeld aan bestaande waterstructuren door middel van een lange duiker. Deze vormt mogelijk een grote barrière waardoor de biodiversiteit achter blijft.

Hoewel de huiszwaluw als ambassadeurssoort is aangewezen, lijken de oorspronkelijk voorziene nestplaatsen niet overal aanwezig te zijn. Een deel is mogelijk door bewoners verwijderd. In overleg met de ecoloog wordt dit nog nader uitgezocht. Opvallend is dat de grote gele kwikstaart al wel is waargenomen. Er wordt nu gekeken of het plaatsen van extra nestkasten voor deze soort en het terugplaatsen van de nestkasten voor de huiszwaluw mogelijk is.

De vijver trekt soorten naar het gebied die hier zich niet zouden vestigen als het waterlichaam niet aanwezig was. De verwachting is dat komende tijd het aquatische ecosysteem zich verder ontwikkelt.
3) Kruidenrijk grasland

Het kruidenrijke grasland is een habitat dat echt vanaf nul opgebouwd moet worden. Door intensieve bouwactiviteiten is de bodem hier sterk verstoord en verdicht. In dit habitat zie je ook hoe krachtig de natuur kan zijn als je er maar de ruimte voor geeft. Nadat de bouw gereed was en het zware bouwverkeer was verdwenen, ontkiemden hier zaden uit de omgeving en ontstond snel een groen veld aan pioniersbeplanting. Waarnemingen van soorten als kleine veldkers, herderstasje, ridderzuring en distels wijzen op verstoorde, voedselrijke bodems. De komende jaren moet deze ruige pioniersvegetatie geleidelijk veranderen in een divers kruidenrijk grasland. De zaden voor het kruidenrijke grasland zijn pas recent ingezaaid en moeten nog goed ontkiemen. Later in het onderzoek controleren we of deze soorten ook zijn opgekomen en floreren. De ambassadeurssoort, het bruin blauwtje, ontbreekt nog. Deze soort legt zijn eitjes altijd op dezelfde plantensoorten, die ook nog ontbreken. Wel is de putter al 2x waargenomen, een soort die graag de zaden van distels eet.

Het kruidenrijk grasland ontwikkeld zich langzamer dan verwacht.
4) Tuinen en gebouwen

De tuinen vormen misschien wel het meest onderschatte habitat. Ondanks hun beperkte omvang blijken ze opvallend soortenrijk. Het speelt ongetwijfeld mee dat de waarnemingen die mensen doen vaak rondom hun huis zijn. Met name de keuze om in plaats van traditionele schuttingen hagen rondom de tuinen aan te leggen heeft veel invloed op de soortenrijkdom. De (liguster)hagen voorzien onder andere de heggenmus van beschutting en voedsel. Tegelijkertijd zijn de tuinen ook het meest ‘gestuurde’ systeem: keuzes van bewoners (zoals open tuinen met veel verharding) hebben directe invloed op de ecologische kwaliteit. De huismus, de ambassadeurssoort van deze plek, is nog niet aangetroffen. De verwachting is dat de huismus nog even op zich laat wachten. In de omliggende wijken komen namelijk ook relatief weinig huismussen voor. Dit komt waarschijnlijk doordat huismussen niet goed kunnen nestelen in nieuwbouwhuizen. We hopen dat de vele nestkasten voor de huismus in dit plan daar verandering in brengen. De huismus heeft een divers grasland met verschillende zaaddragende planten nodig, dat is op dit moment ook nog niet sterk ontwikkeld. Ook zijn ze in het broedseizoen afhankelijk van de vele insecten om hun kuikens mee te voeden. In een vervolgbezoek worden ook de nestkasten gecontroleerd op bewoning en hopen de we huismus aan te treffen.

De diversiteit aan waargenomen soorten binnen de verschillende habitats is veelbelovend, maar laat ook zien dat de wijk zich echt in een vroege fase van de ecologische ontwikkeling bevindt. We worden ons steeds bewuster dat een habitat niet ontstaat op de tekentafel alleen, maar vooral tijd nodig om volwassen te worden. In de komende artikelen blijven we volgen we hoe dit ontworpen landschap langzaam verandert in een echt werkend ecosysteem. Ook vergelijken we de wijk met ‘traditionele’ woonwijken en onbebouwde gebieden om te zien welke lessen dat oplevert voor toekomstig natuurinclusieve ontwerpen. Alle waarnemingen zijn ook zelf te bekijken via deze link: https://waarneming.nl/bioblitz/18924/bioblitz-happy-days-zoetermeer/